Let op, geld lenen kost (geen) geld.

by Jaco

Na ruim twee jaar in Malawi lopen we nog steeds tegen culturele verschillen aan die we niet begrijpen, maar er zijn er ook veel die we gedurende onze tijd hier beter zijn gaan begrijpen. Eén daarvan is hoe de gemiddelde Malawiaan om gaat met zijn of haar geld.

Bij ons departement worden de salarissen betaald op de laatste vrijdag van de maand. Op die dag wordt er in de morgen gewerkt, maar in de middag zitten alle werknemers netjes op een rijtje te wachten en gaan ze een voor een het kantoor van de accountant binnen om hun salaris cash te ontvangen. Nadat het ontvangen bedrag nageteld is en er is getekend voor ontvangst is de volgende aan de beurt. Geregeld gebeurd het dat de volgende maandag iemand komt vragen om een voorschot op zijn salaris voor de volgende maand. Op mijn vraag waar dan het geld van zijn salaris gebleven was werd ik vol ongeloof  aangekeken. Ik begreep toch zeker wel dat het al op was?

In Malawi (en ook breder in Afrika, of misschien overal behalve in de westers wereld) betekent vrienden en familie zijn niet alleen sociale omgang, maar brengt het ook een financiele verantwoordelijkheid met zich mee. Waar we in onze cultuur proberen om vriendschap en geldzaken gescheiden te houden gaat het hier hand in hand. Een vriendschap met iemand sluiten betekent automatisch ook op financieel gebied voor iemand klaar staan. Het is onmogelijk om daar niet aan mee te doen en daar wordt ook niet moeilijk over gedaan of over gezeurd, dat is gewoon hoe het is. Financiele hulp weigeren aan vrienden en familie betekend een sociaal isolement. En dus heeft iemand met geld twee opties. De eerste is het geld geven aan iedereen die er om vraagt, met een redelijk risico dat je het nooit terug krijgt. Als je dat niet ziet zitten is je tweede optie om het dan maar zo snel mogelijk zelf op te maken. Beide gevallen zorgen ervoor dat het kan gebeuren dat je de dag na betaaldag om een lening komt vragen omdat je naar de dokter moet.

Het blijft lastig om met deze geldzaken om te gaan en elke keer lopen we wel weer tegen iets nieuws aan. Toch hebben we maar geprobeerd om, vooral ter bescherming van de mensen zelf, een paar regels in te stellen. De eerste twee weken van de nieuwe maand wordt er geen voorschot op het salaris betaald, het voorschot mag niet meer zijn dan 20% van het maand salaris en lange termijn leningen zijn alleen voor duurzame projecten zoals inversteringen in het huis, maar niet voor voedsel of bruiloften. Hier gaf onze Accountant Josephine een training over, en ook de zogenoemde ‘post-harvest’ training, waarbij gerekend werd hoeveel zakken mais iedereen nodig had voor zijn gezin per jaar, en wat dat dus betekende voor het al dan niet verkopen van de mais na de oogst.

Ook een van mijn werknemers met een voor Malawiaanse begrippen redelijk goed salaris heeft regelmatig een lening nodig. Ook dat kon ik niet begrijpen. Hij verdient namelijk ongeveer vier keer zoveel als de meeste anderen en toch heeft hij regelmatig een tekort. Ik vermoedde een gebrek aan een huishoudboekje, dus vroeg hem daarnaar. Hij bleek prima instaat te vertellen waar het geld aan op ging. Zijn vader was het huisje aan het uitbreiden en had hem om een bijdrage gevraagd. Dus daar was 20% naar toe gegaan. Zijn broer had problemen met zijn ogen en moest een bril die hij voor hem betaald heeft; nog eens 20% en hij ondersteunt zijn nichtje die albino is met schoolgeld; nog eens ruim 10%. Een beetje beschaamd moest ik dus constateren dat hij ruim 50% van zijn netto inkomen weg gaf en dat het dus niet zo verwonderlijk is dat hij niet kan sparen.

Wat we hier van kunnen leren? Dat weet ik na twee jaar nog steeds niet zo goed. Je belandt namelijk altijd in een spagaat tussen de ander helpen en rekening houden met je eigen toekomst. Een ding is zeker, het feit dat mijn werknemers geen spaargeld hebben, zorgt er niet voor dat ze niet met een glimlach op hun gezicht door het leven gaan.