7 things to say about a year in Malawi

  1. Als ik dit jaar in één term moet beschrijven zou ik zeggen: ups en downs. Wat een avontuur! Van mooie gesprekken met collega’s of in de mission en fantastische belevenissen in de weekends, naar weken met tyfus en sombere dagen door het niet begrijpen van je collega’s. Maar het is allebei mooi. Alles wat moeilijk was, was leerzaam. Alles wat weerstand bood of angst gaf, bracht me dichter bij God.
  2. Het meeste deel van onze tijd zijn we beiden aan het werk, en we houden beiden van ons werk. Jaco rijdt of loopt de hele dag rond in de village, bij de pompen of bij de rivier 6 km verderop. Dat is zijn speelveld en hij had er geen jaar voor nodig om een baken in nood te worden voor vele missionairies in onze mission. ‘Alles kan kapot’ geldt nog sterker voor Afrika en als je dus alles (oké veel) kan maken ben je snel geliefd. Waar Jaco al snel relax aan het klussen sloeg, was mijn eerste halfjaar een jaar van in het diepe gegooid worden en soms letterlijk niks snappen. In meetings verstond ik het Engels van mijn Malawiaanse collega’s niet (wat ook een beetje typisch is ;), en stond vaak met een mond vol tanden. Met als gevolg dat ik me als een razende door veel werk heen worstelde op de meest onhandige manieren. En nu deze maanden achter de rug zijn, en ik het zo’n beetje ‘snap’ ben ik best een beetje trots: de mensen die meer van de business side van dit ziekenhuis kennen dan ik, zijn op één hand te tellen. Van mijn 20+ projecten ken ik ook elke budgetlijn, en mijn veldbezoeken zorgen ervoor dat ik in één jaar veel heb geleerd over wat wél werkt in ontwikkelingswerk en wat niet. Ik doe mijn job dan ook met veel meer plezier.

3. Je geloof groeit op vlakken waar je anders God misschien niet zou ontmoeten. Ik heb geleerd dat ‘increasemylove’, de titel van onze blog, precies één van de moeilijkste opdrachten is hier. Ik heb geleerd over volharding in je geloof, waar je alleen in kunt oefenen als er weerstand is. Ik heb geleerd dat als Malawianen in de chapel zeggen: wij weten het niet meer, maar God is hierbij, zij daar ook echt in blijven staan. Ik heb geleerd dat God de angst overwint, dat Hij je beschermd onder z’n vleugels. En dat je dus je angst voor beesten in huis (had ik erg nadat we een slangetje onder het bed vonden) ook opzij moet zetten als je écht in Hem wil geloven. Missionairies zijn boeiende mensen. Ik heb regelmatig meegemaakt dat de Zuid-Afrikanen die even een nachtje onderdak hadden, bij een eerste gesprek al binnen vijf minuten even moeten zeggen: ‘What an amazing God we Serve.’.

4. Mijn schoonmaakengel. Ik wil even één van de hele 7 puntige preek wijden aan onze schoonmaakster. Zij kwam namelijk na twee maanden aanwaaien als een engel. Waar ik dacht dit wel even zelf te fixen en niet zo’n blanke te zijn die een schoonmaakster nodig had, bleek dit als snel niet juist te zijn. Iets met een gigantisch huis in een land met gigantisch veel beesten en zand en modder en soms gigantisch moeilijk weer. Ode aan mijn schoonmaakengel: in twee ochtenden doet ze eerst uur(en) de afwas van een paar dagen, boent, veegt, en mopt mijn huis én maakt twee badkamers schoon. Hoppatee, komt ze rond half 8, is ze rond 1 uur klaar. Ik snap er niks van.

5. Een tweede ode (in onwillekeurige volgorde) aan mijn man. Onvoorstelbaar dat we het zó leuk hebben samen, denk ik regelmatig. Hij loopt regelmatig rond op mijn werk, we hebben dezelfde vrienden, we zijn veel samen thuis.. als je zo dicht op elkaars lip zit zou het toch vaker mis moeten gaan. Maar dat gaat het niet (oké, zelden). Hij is mijn rots in de branding, maakt de allerleukste grappen waar ik om moet lachen en brengt een nieuwe wasmachine voor me mee. Hij kook geduldig een hele maand voor me als ik tyfus ofzoiets heb en eigenlijk ook de rest van het jaar. Ik heb dus echt de beste man van de wereld. Heel dankbaar.

6. Het deel van altijd aangestaard worden omdat je blank bent kan mij gestolen worden. Kinderen op de straat vragen je ‘give me money’ en als je bij een voetbalwedstrijd bent, kunnen kinderen die gekomen waren voor de game, gerust 1,5 uur naar de azungu’s staren. Een vreemde in een ver land. Dit is natuurlijk de oppervlakte; het elkaar niet begrijpen in vergaderstijl, aanspreekmanieren, voorkeuren voor eten en manier van vriendschap vormen is ingewikkelder. Deze week besprak ik met mijn twee vrouwelijke collega’s hoe zij een zwangerschap aankondigen. Dat doen ze niet, zeiden ze gelijk. Een moeder of collega heeft snel genoeg door dat je je vaak niet lekker voelt of geen zin in eten hebt en dan ontdekken ze het en heb je het er verder niet meer over met elkaar.

7. Natuurlijk is het leven hier soms wat saai. Het wordt het hele jaar om zes uur donker, dan eet je met elkaar of lees je eindeloos boeken op je e-reader of kijk je haper-haper naar een programma – internet doet het vaak nét niet genoeg – en om 9 uur kruip je onder de klamboe. Ook op een vrije dag zit je soms de hele dag binnen van de harde regen (35 mm gistermorgen). En dan zijn de opties ook niet uitputtend binnen het dorp: naar de markt of een rondje lopen of bij iemand binnenlopen. De stad is een uur verderop en daar moet je wel minstens een halve dag voor uittrekken. Een andere bezienswaardigheid is een pottenbakkerij waarvoor je een uur de andere kant op moet rijden.
Aan de andere kant zijn er de weekenden waarop je erop uit trekt om tóch eens iets anders te zien. Een leeuw op een vroege morgen in een wildpark 3 uur vanaf ons huis, een zon die áltijd mooi onder lijkt te gaan aan de lake (Lake Malawi). Dan is het leven ineens weer spannend genoeg.

Met broers en zussen op Nkhoma Mountain